Nieuws
Stage-internship
Dank jullie!!
STC Lezing met prof. Kesteloot
Schrijf je nu in voor volgende week!
Bedankt!
Dit weekend Helpende Handen
Icare – Dag 5 in review (Middag)
Met knikkende knieën kroop ik vanmiddag op mijn fiets. Ik wist niet goed wat er de volgende uren allemaal ging gebeuren: serve the city klinkt natuurlijk mooi, net zoals I care, maar wie zijn de mensen erachter? Geen wonder dat ik een beetje zenuwachtig was. Gelukkig lachte een stralende zon mij toe. Zij toonde mij de glinsterende weg naar…
Het hoofdkwartier.
Nog steeds een beetje zenuwachtig duw ik de deur op Naamsestraat 55 open. Ik fiets de straat regelmatig af, maar dit kantoor was mij nog nooit opgevallen. Nauwelijks zet ik een voet binnen in de ruimte, die heerlijk naar citroen geurt, of twee dames proberen me om ter hartelijkst welkom te heten. Sandra en Tamara, twee zussen, leiden me rond. Zelfs de WC’s mag ik controleren. Hun eigenlijke taak bestaat uit de verschillende vrijwilligers te verwelkomen met koffie, thee of zelfs een koekje. Erbij gaan zitten kan helaas even niet. ‘We waren hier toch, dus hebben we maar alles gekuist. Dat komt altijd beter over’, vertelt Sandra. Maar te lang praten gaat niet. Ook Lisa uit Liverpool, Erin uit New York en Sara uit Leuven vinden de weg naar binnen. Het internationale groepje staat te popelen om met een nieuw project te beginnen: Serve the Streets.
‘You know them by their needs, why not know them by their names’
‘Het is het eerste jaar dat we dit project in Leuven uitproberen’, legt Anton, coördinator van Serve the City Leuven, uit. ‘In Brussel doen ze dit vanaf het prille begin, 2005 dus. De bedoeling is om daklozen aan te spreken. Ze proberen te helpen door ermee te spreken, i.p.v. gewoon vijftig cent in hun bakje te werpen. Brussel doet dit onder het motto ‘You know them by their needs, why not know them by their names’. Maar ik dacht dat er in Leuven te weinig daklozen waren, tot nu dus. We proberen het!’
Lisa, Erin en Sara krijgen veertig euro mee om koffie, fruit of iets anders eetbaar te kopen. Zo kunnen ze gemakkelijker contact leggen. Nu hebben ze enkel nog een plan van aanpak nodig. ‘Ik ga er gewoon naast zitten en zeg ‘Hey, hoe gaat het?’, vindt Erin. Na deze woorden laat ik ze even alleen. Er is namelijk nog een project bezig: Michael en Anton zelf zijn auto’s aan het wassen in het Kolveniershof.
Verschillende kleuren grijs
Na een druk op de deurbel leidt een van de medewerksters van het Kolveniershof mij naar een steegje met daarin drie grote, grijze bestelwagens. De bordjes leren mij dat het Ford Transits zijn. De medewerkster zelf snelt weer naar binnen. Ze zijn bezig met een letterspelletje. Het lijkt niets speciaal, tot ik het groepje eens goed in me opneem. De meeste deelnemers hebben een geestelijke handicap. Het Kolverniershof zet zich daar dan ook dag na dag voor in.
Maar terug naar de grijze auto’s. Of nee, plots staan er een rode, gele en blauwe wagen. Anton en de Australische Michael hun taak zit erop. ‘Het is leuk dat ze hier in Leuven zo’n projecten hebben’, vindt Michael. ‘In Australië was ik vooral bezig met het opzetten en begeleiden van kinderkampen. Via een vriend van Anton kwam ik met Serve the City in contact. Het is de eerste keer dat ik meehelp, maar ik doe het zeker nog!’ Anton is blij dat te horen. ‘Ikzelf probeer altijd een project mee te doen. Het zou nogal vreemd overkomen, moest ik iedereen enthousiast aanzetten om te helpen, maar zelf niets doen. Het is trouwens altijd geweldig om samen te werken met het Kolveniershof. Daar weten ze hoe ze met vrijwilligers moeten omgaan.’ Het lijken wel profetische woorden. Een van de medewerksters komt naar buiten gelopen met een drankje en… een paaseitje voor de harde werkers.
Overal Roemenen
Ik laat ze genietend achter om me weer bij de drie anderen te voegen. Daklozen vinden blijkt toch iets moeilijker dan gedacht. Daar zit vast het goede weer voor iets tussen. Aan het begin van de Bondgenotelaan hebben ze iets meer geluk.
Een oude man probeert met een bordje geld voor eten te krijgen. De drie meisjes trakteren hem op een cappuccino, een appel en een chocoladekoek. Sara, de enige die Frans spreekt net zoals de man, knoopt een gesprek aan. ‘Ik heb hart- en longproblemen. Koffie mag ik dus niet drinken, maar een cappuccino met genoeg suiker lukt wel’, vertelt de Roemeen. Zijn naam wil hij nog niet prijsgeven. Hij is de trotse vader van acht kinderen. Twee zonen zijn bij hem in België, maar in april zal de familie herenigd worden. In België of toch terug in Roemenië is nog de vraag. Wel weet hij dat ‘wanneer hij later naar het Paradijs gaat, er geen cappuccino meer zal zijn.’ Dus drinkt hij er nu genoeg. Bij het afscheid vertrouwt hij ons toch ‘Elia’, zijn naam, toe.
Een beetje verder ontmoeten we Anton, een jonge accordeonspeler en ook een Roemeen. Hij spreekt wel Engels. ‘Ik heb drie jaar in Manchester en Birmingham verbleven. Het liefst van al zou ik naar Los Angeles gaan, maar dat kost te veel.’ Dan maar het tweede beste dacht hij en kwam naar… België. ‘Mensen moeten trots zijn op hun land. Je blijft er altijd mee verbonden’, leert hij ons. Ondertussen probeert hij het gsm-nummer van Lisa te pakken te krijgen. ‘Ik praat met je als ik je tegenkom, daar heb je geen nummer voor nodig’, wijst ze hem af.
Op de koffie
Genoeg harten gebroken voor een dag, denkt de groep. Ze trekken hoofdkwartier waar ze opnieuw hartelijk onthaald worden met koffie, woorden. Tamara: ‘Elk uur dat iemand zich inzet, is een uur. Daar kan je zoveel op doen. Maar mensen moeten opnieuw leren dat geven, meer is dan geven alleen. Je krijgt er ook zoveel voor terug.’
iCare – Dag 5 in review (Ochtend / Engels)
iCare – Dag 2 in review (Engels)
iCare – Dag 1 in review
28 februari, 6 na 10 ‘s morgens.
Er hangt regen in de lucht”, denk ik, terwijl ik de garagedeur naar boven klap. Ik hoop maar dat er vandaag geen
emmers water naar beneden storten, want mijn STC activiteit houdt veel buiten zijn in: mij valt vandaag namelijk
de eer toe om van project naar project te fietsen en verslag uit te brengen van een ochtendje dienen.
Dit is Freya De Leeuw, vanuit Leuven….
…over naar het kantoor!
STC heeft een nieuw, mooi kantoor, waar twee vrijwilligers organisator Anton bijstaan door met andere vrijwilligers te kletsen, koffie te zetten, T-shirts uit te delen en point-persons op weg te zetten. Anton legt verder uit: “de hoofdtaak hier is eigenlijk “kleppen” (een uber-Hollands woord voor babbelen). Astrid en Kirsten, de vrijwilligers van die ochtend, zijn daar specialist in.
Astrid: “we zijn meteen al koekjes gaan kopen om het gezelligheidsniveau naar boven te drijven!” (gelukkig heeft Anton deze dames ingeschakeld, mensen ontvangen is duidelijk een vrouwentaak: er waren niet eens koekjes!)
Astrid: “Ik heb al veel gedaan met STC: schilderen, opruimen, poetsen, verhalen aan kinderen vertellen in het park, … Deze keer wou ik graag dichter bij de organisatie staan, Anton eens bezig zien en mensen motiveren.” Op de vraag of dat gelukt is antwoordt ze: “Zeker! Mensen komen binnen met een lach, maar gaan met een nog grotere smile naar buiten!”
Wanneer de aflossing komt, in de vorm van Ina De Craene en Danielle Knot, wordt ik herinnert aan het belang van een plek waar je kan zitten ‘kleppen’ met een kopje koffie. Bij het samenzitten vertelt Astrid dat ze gisteren echt pijn in haar hart had: “Ik zag drie daklozen in het station van Leuven. 1 Sliep zittend in een deken, 1 lag neer en was iets aan het eten uit een blik. Ik voelde echt mee met die mensen maar durfde hen niet te benaderen, als vrouw alleen. Als er iets voor deze mensen zou gedaan worden, zou ik daar meteen mee meehelpen!” Anton gaf haar prompt het nummer van Theo van Povrello mee: deze man is met zo’n dingen bezig. It’s all about connecting people…
“This changed my rigid idea about Belgians!”
Na al die gezelligheid is het tijd voor mij om verder te fietsen. Op naar Kolveniershof, een dagcentrum voor mensen met een geestelijke handicap.
Ik maak eerst even een praatje met de verantwoordleijke van Kolveniershof. Zij vertelt: “Ik ben heel tevreden over STC! Het is de tweede keer dat ze komen, en ze laten altijd een positieve indruk achter. Dat is tof, want het zijn niet altijd leuke werkjes die we voor hen hebben. Vandaag mogen ze ramen lappen. Wat ik ook zo leuk vind is dat er zo veel culturen samen komen. Het is toch geweldig dat mensen uit heel de wereld hier willen komen helpen!”
Ze heeft gelijk: de positieve sfeer spettert er echt af op dit project. Shelly van Cameroen en Brittaney van Australie zijn met een grote lach aan het werk.
Shelly: “Ik ben heel blij met STC! Het is de eerste keer dat ik dit doe. Ik ben gekomen omdat STC mijn beeld van Belgen tegenspreekt. Hier in Belgie lijkt alles zo anders dan bij mij thuis, waar mensen open en sociaal zijn, waar je een praatje maakt met een vreemde op de bus. Belgen leken me heel koud. Maar STC spreekt dat tegen. Ik heb vandaag geleerd dat Belgen misschien gewoon wat verlegen zijn. Ik wil zo snel mogelijk terug komen om nog meer met STC te doen!”
Brittany uit Australie, die hier nog maar 3 weken is, is het daar volmondig mee eens: “We zijn een tof team en Geert-Jan heeft alles goed georganiseerd. “
Geert-Jan is de point-person van dit project, hij zegt: “Ik ben hier omdat ik stage doe bij STC. Ik studeer namelijk theologie en die stage is daar deel van. Want wat is geloof en theologie als je er niets mee doet?”
Brittany en Shelly zijn trouwens twee avontuurlijke meisjes. Brittany doet aan rotsklimmen, Shelly neemt graag risico’s: “Dat we hier op hoge ladders mogen klimmen om de ramen te lappen vinden we super tof!”
Mysterieus
Na de energie-boost van Kolveniershof fiets ik naar een klein doodlopend straatje in het oude industrieterrein
van Leuven. Daar kom ik in een prachtig oud complex terecht, maar ik begrijp niet goed wat deze organisatie, ‘Leren ondernemen’, precies doet. In een keuken staan 3 mensen iets dat lijkt op haute cuisine te koken voor een aantal mensen die wachten aan tafels. Ik spoor verder naar de STC vrijwilligers en kom langs een naai-atelier, waar mensen aan het werk zijn, maar vind hen daar ook niet. Uiteindelijk wordt ik door een sympathieke man in een kamer gedropt waar een mooie oudere dame en een man met een lange, grijze staart uitleg geven aan een groep Amerikaanse meisjes.
De sfeer hier is heel anders: serieus, geconcentreerd en vragend. Ik heb zelf ook een aantal vragen: wat is
dit? Wie zijn die meisjes? Maar de hele groep is zo bezig met de uitleg die gegeven wordt, dat ik hen niet kan
storen. Ik hoor flarden: “we willen arme mensen een stem geven”, “we hebben al kunstprojecten gedaan met
gevangenen in Leuven”, …
Wanneer ik uiteindelijk de kans krijg vragen te stellen blijkt dat deze meisjes hier in Belgie zijn voor hun studies en daarvoor ook een stage van vrijwilligerswerk moeten doen. “Maar eigenlijk wouden we dat toch doen, dus dat komt mooi uit”, zegt 1 van hen. Deze meisjes hebben de taak om voor Leren Ondernemen een basis van een kunstproject te leggen: ze gaan er op uit trekken om mensen te vragen een hart te tekenen. Van die harten zullen 3D objecten gemaakt worden, en die worden dan tentoon gesteld.
Het is de bedoeling kansarmen een stem te geven in onze samenleving via kunst. De mensen die mij kennen
weten… dit is he-le-maal mijn ding!
Echt geraakt door deze mooie VZW vertrek ik naar…
Een hoop stenen
Toen Nick, mijn verloofde, hoorde van het project bij buurthuis ‘t Lampeke, dat eveneens met kansarmen werkt, was hij meteen enthousiast. “Omdat ik een doctoraat doe aan de KUL, ben ik altijd met mentaal werk bezig.
Maar nu zochten ze mensen om een muur af te breken. Met een hamer op een muur rammen… dat leek mij
een heerlijke bezigheid!” Het moet zijn, want zonder problemen volgende collega’s Koosha uit Iran en Theo uit
Griekenland. Twee andere doctoraatsstudenten (Chuks en Koen) schreven zich onafhankelijk van hen in.
Theo: “eigenlijk geloof ik niet in vrijwilligerswerk binnen een kapitalistische samenleving. Maar een muurmet de
grond gelijk maken is de perfecte anger management, echt een soort van therapie. Ik voel na dit werk al een stuk beter!”
“De city heeft dus JOU geserved”, grapt Nick. Ja, dat heeft ze. Maar dat is eigenlijk het geval voor elke vrijwilliger die iets doet, zomaar voor iemand anders: je ontvangt er zo veel voor terug… De lach van de mensen die je helpt, de leuke ontmoetingen, het gevoel dat je iets nuttigs doet, … “Vandaag voelde ik dat wat ik deed echt zinvol was”, deelt Koosha, “dat is niet altijd het geval als ik mijn werk doe op de faculteit”.
Kapitalistische maatschappij of niet, het was een prachtige voormiddag vol met hardwerkende, gelukkige gezichten, vol mensen die zich waardevol en geholpen voelden. En die gezichten weerlegden voor mij heel Theo’s theorie: die gezichten vertelden mij: vrijwilligerswerk heeft zeker zijn plaats in onze samenleving!











VEEL DANK AAN ALLE VRIJWILLIGERS VOOR MEE TE DOEN MET DE ACTIE DAGEN VAN 4/5 MEI
